WEKA Kwaliteit
motto Login
Home > Beleid & strategie
1
   

 


Direct aan de slag: Beleid & strategie

In de Kennisbank Kwaliteitsmanagement vindt u diverse artikelen over het opzetten, invoeren, onderhouden en verbeteren van een kwaliteitssysteem. In dit onderdeel staan we stil bij drie belangrijke onderdelen die te maken hebben met beleid & strategie:

> Indicatoren kwaliteitszorg
> Omgevingsfactoren en –indicatoren
> Indicatoren bepalen; hoe ga je te werk?

Via de artikelen hieronder kunt u direct doorklikken naar de Kennisbank!


Indicatoren kwaliteitszorg
De Kwaliteitswet zorginstellingen schrijft voor dat instellingen een kwaliteitssysteem moeten hebben en met dat systeem kwaliteit van zorg moeten bewaken, beheersen en verbeteren. In artikel 4 van de wet staat dat de zorgaanbieder systematisch gegevens over de kwaliteit van zorg moet verzamelen en registreren om te toetsen in hoeverre verantwoorde zorg is verleend. Deze uitkomsten moeten zo nodig worden gebruikt om aanpassingen te doen. Hier wordt gedoeld op het gebruik van indicatoren om zorg te meten. Zonder indicatoren dus geen kwaliteitsmanagement en omgekeerd.

Indicatoren geven richting aan een organisatie. Het zijn de signalen van goede of slechte kwaliteit. Ze geven aan waar een organisatie staat. Anders gezegd, hoe warm of hoe koud het is en waar verbeteringen mogelijk zijn. In de gezondheidszorg kunnen indicatoren voor verschillende doeleinden worden gebruikt; voor interne sturing, voor benchmarking of voor het afleggen van externe verantwoording. Er kan onderscheid worden gemaakt in verschillende typen indicatoren.

1. Procesindicatoren
Deze geven een indicatie over het verloop van processen in een organisatie. Bijvoorbeeld de doorlooptijd van een aanvraag van een cliënt voor thuiszorg tot het moment dat de zorg wordt ingezet.

2. Structuurindicatoren
Deze geven informatie over de organisatorische voorwaarden waarbinnen een instelling verantwoorde zorg kan leveren. Bijvoorbeeld het percentage medewerkers dat heeft deelgenomen aan bijeenkomsten op het gebied van deskundigheidsbevordering of het ziekteverzuim onder medewerkers.

3. Uitkomstindicatoren
Deze geven een indicatie over de uitkomst van de zorg. Bijvoorbeeld de mate van tevredenheid van cliënten over de bejegening door medewerkers of het percentage cliënten met complicaties na een bepaalde operatie.


Omgevingsfactoren en –indicatoren
Omgevingsfactoren en -indicatoren zijn parameters die iets zeggen over de omgeving waarin de organisatie opereert, in het bijzonder over het verloop van voor de organisatie relevante ontwikkelingen. Het zijn belangrijke parameters die door de organisatie slechts voor een gedeelte en vaak zelfs helemaal niet beheersbaar zijn, maar die wel invloed op de resultaten van de organisatie hebben. Daarom moet men vooral tijdens het vaststellen van normen voor prestatie-indicatoren rekening houden met de invloed van de omgevingsindicatoren.

Kritieke succesfactoren zijn kwalitatieve variabelen en worden voor een doelstelling of cruciale bedrijfsactiviteit bepaald door, als eerste stap, de volgende vragen te beantwoorden:

> 'Wat is het eindresultaat als we de doelstelling succesvol hebben gerealiseerd?'
> ‘Wat is het eindresultaat als we de bedrijfsactiviteit succesvol hebben uitgevoerd?'

Dit eindresultaat levert een zogenoemde resultaat-KSF. Vervolgens worden de volgende vragen beantwoord:

> 'Wat heb ik per se nodig om de doelstelling succesvol te kunnen realiseren?'
> 'Wat heb ik per se nodig om de cruciale bedrijfsactiviteit succesvol uit te kunnen voeren?'

Nadat de kritieke resultaat- en inspanningssuccesfactoren geïdentificeerd zijn, worden in de tweede stap voor elke kritieke succesfactor de volgende vragen beantwoord:

> 'Waarmee meet ik het resultaat van de kritieke succesfactor?'
> 'Waaraan kan ik het resultaat van de kritieke succesfactor afzien?'

Het antwoord op deze vragen levert direct de prestatie-indicator. Dit is een kwantitatieve variabele en is veelal goed te definiëren als een verhoudingsgetal of als percentage (met teller en noemer).


Indicatoren bepalen; hoe ga je te werk?
In een voorbeeld wordt in stappen aangegeven hoe een (fictieve) kraamzorginstelling indicatoren bepaalt.

Missie: het verlenen van efficiënte en effectieve kraamzorg voor een positieve bijdrage aan de kraamtijd.

Visie: het tijdig verlenen van partusassistentie met de juiste deskundigheid naar volle tevredenheid van kraamvrouw en verloskundige.

In deze visie komt tot uitdrukking wat deze kraamzorginstelling belangrijk vindt, namelijk:

> zorg die op het juiste moment wordt geleverd;
> door een deskundige medewerker verleend;
> met een hoge mate van cliënttevredenheid.

De visie geeft richting aan de organisatie en staat meestal voor een wat langere periode vast. De visie is de basis voor het beleid en de daarbij behorende strategie van de instelling. Beleid en strategie worden bijvoorbeeld vastgelegd in een meerjarenplan of jaarplan. Een beleidsplan is echter pas sturend als er meetbare doelstellingen in staan.

De kraamzorginstelling heeft op basis van de visie de volgende doelstellingen bepaald:

> In 95% van alle verleende kraamzorg is de kraamverzorgende tijdig aanwezig bij de cliënt.
> Van alle kraamverzorgenden heeft 50% voor het einde van het jaar de interne cursus xyz gevolgd.
> Van de cliënten en verloskundigen is 90% tevreden over de bejegening door de kraamverzorgende.